Last call.

18/05/2010

Het is de laatste tijd een beetje stil hier. Dat komt omdat de stage er alweer bijna opzit en ik niet zo van de sentimentele closure ben. En waar zou ik anders over moeten schrijven zo kort voor mijn vertrek terug naar Nederland?

Welnu, ik kreeg zojuist een aanleiding in mijn mailbox. Je zou namelijk bijna denken dat het enige wat ik hier deed was een weblog bijhouden. Maar niks is minder waar, of althans niet helemaal.

VK-TV heeft (eindelijk) mijn eerste twee video’s online gegooid. Op het grote www.

Nou goed, hier zijn ze dan.  Mijn eerste twee kindjes.

Straatkinderen van Jakarta

De kindergevangenis in Indonesië

Voorbereidingen.

27/01/2010

Het idee dat ik me moest voorbereiden op een junior buitenlandcorrespondentschap van vier maanden was vrij abstract. Er was geen idee waar ik moest beginnen. Althans niet bij mij. Nou las ik al werk van Ryszard Kapuscinski, Robert Fisk, Bram Vermeulen en zelfs Joris Luyendijk. Allen spraken zij over hun eigen wereld, in een eigen tijd, in een gebied dat van hun was. Al lezend vroeg ik me vaak af of ik ooit zo’n persoonlijke band zou kunnen krijgen. Ik en gebied A. Of B.

Tijdens de sollicitatie voor de master Journalistiek en Media, had ik het besluit genomen om voor een stage in Indonesië te gaan. De waaroms waren simpel. Ik kan er over een lokaal netwerk beschikken, spreek enigszins de taal en heb vanuit mijn afkomst al een goede kennis van de cultuur en gebruiken. Daarnaast is Indonesië recent bestempeld als een van de nieuwe Bric-landen, wat aangeeft dat er naast tsunami’s, aardbevingen en aanslagen genoeg speelt om over te berichten.

Ik las in een van de september issues van The Economist, gretig de Indonesia-special, en maakte veel aantekeningen. Ik legde contact met de NRC- en Volkskrantcorrespondenten in Indonesië, en vroeg hun of ik mocht komen. Uiteindelijk werd het dus de Volkskrant. Ik ga vier maanden lang Michel Maas ondersteunen in zijn werk, zelf korte videoreportages maken voor Volkskrant TV, maar vooral dichtbij het vuur zijn.

Het vuur waar ik over las in de boeken van mijn helden. Het vuur waar ik recent nog over sprak met een van mijn helden van de Groene Amsterdammer. Onder het genot van bier vertelde hij mij over zijn belevenissen in Kosovo, Afghanistan en Darfur. Over de adrenalinekick, de risico’s en het terugkomen. Maar bovenal vertelde hij over de voorbereidingen. Want wat doe je nu wanneer je aankomt in een land wat nog niet van jou is? Een land waar je al wel over gelezen hebt maar nog niet hebt geschreven?

Ik las Ananta Toer, Fabricius, Lonely Planets, en zelfs Wikipedia’s. Maar hoeveel moet ik lezen? Wanneer is dat genoeg? Ik heb geen idee. Ondertussen heb ik bijna geen tijd meer en moet ik maar gewoon gaan beginnen met schrijven ervaren. We zullen zien.

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.