Overdenkingen.

12/03/2010

Enigszins zwaarmoedig i know, maar bij het herlezen van de volgende passage moest ik toch een beetje aan de afgelopen verkiezingsuitslag in Nederland denken. Het heeft hier pagina 3 gehaald van The Jakarta Post. En dat is heel wat voor buitenlands nieuws. Een grondige analyse over de anti-islam houding van Nederland. Met Almere als vereenvoudigde case-study. Hoe leg je dat de inwoners van het grootste moslimland ter wereld uit, als je zelf niet eens snapt wat er aan de hand is? Run Forrest, run.

“Ik sla al heel lang voor menigtes op de vlucht. Ik ontloop ze. Ik weet dat ze de oorsprong zijn van alles, of bijna alles. Van al het slechte, bedoel ik: de oorlog en de Kazerskwirs die de oorlog in de hoofden van zo veel mensen heeft geopend. Ik heb mensen bezig gezien als ze wisten dat ze niet alleen waren, als ze wisten dat ze ergens in op konden gaan, dat ze op konden lossen in de massa die ze verzwolg en over ze heen stroomde, de massa van duizend naar hun evenbeeld geschapen gezichten. Je kunt jezelf altijd wijsmaken dat het de schuld is van degene die de menigte opjut, meesleept, laat dansen als een hazelworm om een stok, en dat de menigte zelf geen weet heeft van haar daden, haar toekomst en haar pad. Maar zo is het niet. In werkelijkheid is de menigte zelf het monster. Dat zichzelf gebaard heeft: een enorm lichaam opgebouwd uit duizenden andere denkende lichamen. En ik weet ook dat blije menigtes niet bestaan. Vredige menigtes evenmin. En achter al het geschater, het gelach, de muziek en de leuzen raakt het bloed verhit, het komt in beweging, draait om zichzelf heen en wordt langzaam gek, omdat het in beroering wordt gebracht en door elkaar wordt gehusseld in zijn eigen maalstroom. “

(Philippe Claudel, Het verslag van Brodeck, Amsterdam: De bezige bij, 2008. p. 181 – 182)

Wat ik lees.

01/02/2010

Het verslag van Brodeck.

“Ik voel me alsof ik niet geschikt ben voor dit leven. Wat ik bedoel is dat mijn leven aan alle kanten overstroomt, dat het niet bedoeld is voor een mens als ik, dat het te vol zit: te vol met gebeurtenissen, te vol met ellende. Te vol met gebreken. Misschien is het mijn eigen schuld. Misschien weet ik niet hoe je mens moet zijn. Hoe je onderscheid maakt tussen wat je moet aanpakken en wat je moet laten liggen. En misschien is het de fout van de tijd waarin ik leef, die tijd die lijkt op een grote trechter waarin het overschot van de dagen wordt gestort, alles hakt, vilt, plet en snijdt. Af en toe heb ik het gevoel dat mijn hoofd op springen staat, als een kookpot die tot de rand is gevuld met buskruit.”
(uit: Het verslag van Brodeck, Philippe Claudel, blz. 46)
Follow

Get every new post delivered to your Inbox.