Last call.

18/05/2010

Het is de laatste tijd een beetje stil hier. Dat komt omdat de stage er alweer bijna opzit en ik niet zo van de sentimentele closure ben. En waar zou ik anders over moeten schrijven zo kort voor mijn vertrek terug naar Nederland?

Welnu, ik kreeg zojuist een aanleiding in mijn mailbox. Je zou namelijk bijna denken dat het enige wat ik hier deed was een weblog bijhouden. Maar niks is minder waar, of althans niet helemaal.

VK-TV heeft (eindelijk) mijn eerste twee video’s online gegooid. Op het grote www.

Nou goed, hier zijn ze dan.  Mijn eerste twee kindjes.

Straatkinderen van Jakarta

De kindergevangenis in Indonesië

Deftig April.

02/05/2010

Klokslag zeven uur was het dan zover. Wij, de Nederlanders in Indonesië, zouden Koninginnedag op gepaste wijze vieren. Langzaam liep ik de lange rode loper van het Shangri-La Hotel in Jakarta af. Gekleed in batik (met bretels) voldeed ik aan de voorgeschreven dresscode die op de uitnodiging van de ambassade had gestaan. Ik probeerde te letten op de mensen die voor mij liepen. Had ik een goede houding? Was mijn waggeltje niet te nonchalant? De lange loper was ondertussen overgegaan in een vrolijk kijkende haag van Indonesische meisjes en jongens. Allemaal traditioneel Nederlands – of zal ik zeggen Hollands? – gekleed. Links stonden de bruine Zeeuwse meisjes mij toe te lachen en rechts van mij waren Volendamse vissers uit Jakarta. Eentje had zelfs een pijp in zijn hand. Ik zag dat hij net zo onwennig was met de pijp als ik met de rode loper. De genante aanblik van een stel Indonesiërs in Hollandse apenpakjes deed ook weinig goeds met dat gevoel. Even had ik het idee op een wereldtentoonstelling van begin 1900 te zijn beland. Het enige wat nog ontbrak was de wilde inboorling achter de tralies met een bordje ‘verbooden te voederen’ er naast. Gelukkig kwam die niet.

En daar stond de ambassadeur al met zijn vrouw, ik slikte mijn spookbeeld in en bedacht me dat ik totaal nog niet gewoon was in dit soort kringen. ‘Goede avond meneer’, zei ik terwijl ik de ambassadeur de hand schudde. ‘Goede avond’ zei de ambassadeur. Blij met zijn reactie, haalde ik opgelucht adem en liep de balzaal binnen. Ik raakte geïntimideerd. Recht tegenover de entree, aan het einde van de zaal, stond een fokkin groot portret van hare majesteit. Ze lachte naar me, en ik gaf haar een beschaafde knik. Aan het plafond hingen grote kristallen kroonluchters en overal liepen potsierlijke militaire avondkostuums rond. Daar stond ik dan tussen al die levende reputaties. Ik voelde me klein. Grote goudblonde vrouwen van 1 meter 85 op hakken, dat was al weer een tijdje geleden.

koninginnedag in het shangri-la.

Ik nam een biertje aan van een ober en besloot de voedselkraampjes aan een korte inspectie te onderwerpen. Als eerste zag ik daar de haringkar met Hollandse nieuwe, paling en kibbeling. Verderop stond een oude Indonesische man met zwartgeverfd haar een rookworst naar binnen te werken. Hij genoot zichtbaar. De luxe was ongekend in dit sjieke hotel. Rookworsten en Hollandse nieuwe, zelf werd ik er niet echt warm van. Maar net toen ik mezelf begon af te vragen wat ik hier nou eigenlijk deed, zag ik de shoarma stal. Briljant, nu zou het net zo worden als vroeger, bedacht ik mij. Fijn klemzuipen en dan aan het einde van de avond foute grappen maken en een broodje shoarma met extra knoflook bestellen. En dat op kosten van de Nederlandse zaak ook nog! Wow, er was zelfs een poffertjeskraam! Ik nam er nog een en besloot te blijven.

Toen de zaal volgestroomd was met alle landgenoten en diplomatieke relaties greep de ambassadeur de microfoon. ‘We waren hier vanavond allemaal bij elkaar..’ en ‘In Nederland is Koninginnedag een populair feest.’ hoorde ik hem zeggen. Ik verstond er weinig van, de akoestiek was niet zo best. Toch volgde er na de speech een kort applaus. Nu was het tijd voor de volksliederen. Eerst die van Indonesië, zij speelden immers thuis. Vlak voordat ons lied begon, werden er oranje handjes met daarop het eerste couplet uitgedeeld. De tekst was in Oudnederlands. Ik denk dat dit speciaal gedaan was voor de mensen die al lang weg zijn uit Nederland. En het hielp, voor even waren we allemaal basisspeler van het grote Oranje; het Wilhelmus klonk en iedereen hield zijn kaken stijf op elkaar. Toen we klaar waren met luisteren riep de ambassadeur: ‘leve de koningin’. ‘Hoera, hoera, hoera!’ reageerden wij. Het feest kon beginnen.

Jakarta, donderagavond: motoren, chaos, smog, niet verlichte wegen en een paar euro lichter.

Telefoon gaat.
- Met Mitsuko.
..
- Hallo? met wie spreek ik?
‘Met Maaike.’
‘..ehh spreek ik met de heer Teiwes?’
- Ja klopt, Maaike.
‘Ja, ik bel namens Amnesty International..maar u klinkt zo ver weg!’
- Dat kan kloppen, ik zit achter op een motor in Jakarta nu.
‘Jakarta??’
- Ja, in Indonesië.
‘O! ha! Dat is inderdaad ver weg!’
- Yep.
‘Ik ehh, wij, ..bellen anders later nog wel terug. Bedankt voor uw tijd!’
- Geen dank. Daag!

De reunie.

21/02/2010

Interview van De Reunie

Afgelopen week was Rob Kamphues hier met zijn filmcrew. Voor het programma De Reunie van de KRO. Een van de klasgenoten die zij portretteren is Max Boon. Max zat op 17 juli 2009 in een van de twee hotels waar die ochtend een bom ontplofte. hij verloor daarbij een aantal collega’s en zijn beide benen. Het was voor het eerst dat hij terugging naar de plek des onheils.

Michel, met al zijn connecties moest helpen het een en ander voor elkaar te krijgen voor de filmploeg en uiteraard mocht ik mee. Al met al waren het boeiende ontmoetingen, zowel met Max als met de crew. Ergens in september komt de uitzending op televisie. Kijken dus!

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.