Dagje vrij.

11/04/2010

Ik had mezelf een dagje vrij gegund in Aceh. Van iedereeen die ik gedurende mijn verblijf in Banda had ontmoet hoorde ik al goede verhalen over het eiland Pulau Weh, dat op zo’n uur varen ligt van Banda. Vroeg in de ochtend liet ik me door Sian, mijn vaste driver, rijden naar de veerboot. Aangekomen bij de haven zag ik voor het eerst meer dan vijf toeristen tegelijk. Blijkbaar gaan ze allemaal vanaf het vliegveld in Banda gelijk door naar Pulau Weh. Zonde vind ik, want Banda en de omliggende plaatsen zijn ook zeker de moeite waard. Al is het alleen maar vanwege de geschiedenis uit 2004.

Aangekomen op het eiland stapte ik met nog 10 andere touristen in een minibusje op weg naar het strand en de zee. Allemaal bleken ze op weg te zijn naar Gapang, op zo’n 45 minuten rijden van waar de boot aankomt. Ik besloot dat ik er dan maar eerder uit moest. Dit was mijn dagje vrij en ik had behoefte aan rust. Halverwege de route stapte ik uit en daalde ik langs de rotsen en palmbomen af naar het strand.

Hier waren bijna geen mensen en ik was alleen.
Bij een van de kleine minihotelletjes leende ik een snorkel en een duikbril en liet me door de Zuid-Afrikaanse eigenaar aanwijzen waar ik de zee in moest. De laatste keer dat ik snorkelde was bij Lombok zo’n zeven jaar geleden, dus ik wist niet meer zo goed wat te verwachten. In ieder geval had ik niet verwacht dat ik bij het zien van al die mooie vissen zo’n kinderlijke spanning door mij heen voelde gaan. Bij het zien van de sergeant majors, de puff fish en zeesterren heb ik onder water staan juichen van blijdschap en opwinding. En er was niemand in de buurt. Niemand!

Het enige jammere van het zien van al het moois was het feit dat ik slechts 4 uur met de vissen, het zand en het blauwe water kon doorbrengen. Maar ik heb het mezelf en de mensen op Pulau Weh beloofd: vroeg of laat kom ik terug.

Vluchtige indruk

Hij had de route aan het begin van de avond al helemaal uitgestippeld maar wilde het niet verklappen. Een halve kop groter en 2 jaar ouder is hij. Net als zijn vader was hij ook lange tijd actief bij de GAM, de separatisten van Aceh. Terwijl zijn vader werd gedood door het Indonesische leger, zorgde hij vanuit Maleisië voor de aanvoer van kalashinikovs. De strijd ging door. Bewijs van zijn tijd in Maleisië heeft hij niet meer. De tsunami heeft in 2004, vlak voor het vredesverdrag van Helsinki, alles meegenomen.

We waren bij de laatste stop van de route die hij had uitgestippeld. Het was al één uur geweest en ik was erg moe. Langzaam vouwde ik het bananenblad open en nam een hap van de zoete ubi. Zijn moeder had de koek gemaakt en keek zichtbaar voldaan toen ik aan mijn tweede begon. Ik zat met hem op de grond op een oud versleten Arabisch tapijt in een huis wat ik half af zou noemen. De muren waren slechts ten dele geverfd en de houten deur was al aan het rotten. Toch was dit donorhuis niet ouder dan vier jaar. ‘Islamic Relief…GOOD’, wees hij naar de sticker. Zijn moeder was er ook blij mee. Hij vroeg me wat ik van zijn tour vond. Had ik een goed beeld gekregen van het nachtleven van Aceh? Daar moest ik even over nadenken.

Terug naar het begin van de avond. De eerste plek die we aan deden was een plein recht tegenover de grote Moskee van Banda. We parkeerden de bedjak iets verderop en liepen erheen. Naarmate we dichterbij de uitbundige menigte kwamen wist ik het zeker: uit een onzuivere ghettoblaster kwam keiharde hiphopmuziek. Op de ruis van de beats lieten de jongeren zien over behoorlijke breakdance skills te beschikken. Ik raak nieuwsgierig en met ze aan de praat. Ze breakdancen nu sinds een jaar of twee en zijn autodidact. Door video’s van voornamelijk Koreaanse breakdancers van het internet te downloaden en hun moves te kopiëren hebben ze het zichzelf weten te leren. Om klokslag twaalf uur klinken de fluitjes van de politie, iedereen weet nu dat de tijd is gekomen om te stoppen. Het plein is binnen no time leeg en wij gaan naar onze volgende stop.

Onderweg naar de stranden van Lhok Nga komen we wederom een aantal keer wachtende politie tegen. Doordat er door de NGO’s nieuwe asfaltwegen zijn gelegd, is er een enorme stijging van het aantal illegale straatraces hier. De aanwezige politie moet er voor zorgen dat deze niet plaatsvinden. Bij de kust aangekomen zien we hoeren maar geen politie. ‘Maar ze weten wel dat ze hier zijn’, zegt hij over de politie.

We rijden verder en kijken naar de zee die in het donker lastig te onderscheiden is van het strand. De typische zeebries die door mijn haar gaat is fijn. Ik zie nog net de contouren van de berg waar hij naar wijst. Daar is dus een wietplantage. Niet dat het verbouwd of gebruikt mag worden hier. Al helemaal niet nu met de sharia. Maar een deel van de traditionele gerechten wordt hier nou eenmaal met ‘the seed of rasta’ bereid en daarom oogluikend toegestaan.

Onderweg naar de daklozen van Banda vraagt hij of ik hem voorlopig niet meer dagelijks wil betalen voor zijn werkzaamheden als chauffeur. Mijn eerste gedachte is dat ik het niet goed heb verstaan. Maar hij meent het echt. De komende dagen mag ik zijn dagloon (zo’n 20 euro) opsparen als een soort van bank. En dan op de laatste dag mag ik hem het hele bedrag in een keer uitbetalen, zodat hij zijn motor kan laten repareren.

‘Maar wat doe je dan elke dag van al het geld?’, vraag ik hem. 20 Euro per dag is immers een redelijk loon waar een seniorjournalist hier in Aceh nog niet eens aan zit. Ik mag het niet tegen zijn vrouw zeggen, maar de afgelopen dagen heeft hij alles vergokt. ‘Vergokt? Dat is hier toch illegaal?’. Ja en daarom hadden ze ook goed uitgekeken voor de Wiha, de sharia-politie. Voor gokken kan je hier makkelijk een paar jaar celstraf krijgen.

Ondertussen zijn we aangekomen bij het busstation van Banda. Hier slapen de daklozen van Banda Aceh. Als dit ze allemaal zijn, zijn het er niet veel. Een stuk of twintig. Om verschillende redenen kunnen ze niet voorzien in hun eigen onderhoud. We spreken met een man die in zijn jeugd polio kreeg en nu nauwelijks meer kan lopen. Ik zie andere mensen op bankjes liggen die een drankprobleem lijken te hebben. Toch is er hier bij het busstation geen Bintang te bekennen.

Het is één uur geweest in Aceh. De tweede ubi is me eigenlijk iets te veel van het goede, ik ben niet zo een zoetekauwer. Gapend geef ik hem mijn antwoord: ‘ja’.

Aceh maakt indruk.

02/04/2010

Aceh - boot in woonwijk

Dit is een big-ass boot in een herbouwde woonwijk. 4 Kilometer van de kust verwijderd, is ie nu omgeven door een motorcrossbaan en gedoneerde huizen met blauwe daken. Veel huizen hebben een sticker: Americanaid, International Redcross en Care. Bij de boot staat een stalletje met souvenirs. Voor het stalletje zitten twee Acehers, ze moeten lachen wanneer ze mij uit de jeep zien stappen. “Hot hot” wordt er naar mij geroepen wanneer ik de hitte verzucht. Het is inderdaad heet en de boot is groot. “Buy t-shirt sir?”, ik bedank vriendelijk en probeer me voor te stellen hoe groot de kracht van het water geweest moet zijn. Toen ik op het bovendek stond kon ik de zee amper zien, toch heeft de tsunami hem ooit helemaal hiernaartoe genomen. Deze big-ass boot.

Aceh - Tsunami museum

Meer dan 170.000 mensen kwamen in Aceh om het leven door de tsunami. En nu is er een museum. Het Aceh Tsunami museum is groot en half leeg. De tweede verdieping is gesloten en nooit open geweest. Als ik een van de medewerkers vraag wat de plannen zijn voor de gesloten audio-video ruimte, de lege bibliotheek en de gehele tweede verdieping krijg ik een grinnikend antwoord. Het museum was gedoneerd en ze zijn er blij mee, maar het is te groot voor het verhaal. Er was water, een hoop doden en het herstel. Het halflege museum hangt vol met de meest gruwelijke foto’s. Ik heb aan twintig minuten genoeg. Het verhaal behoeft geen tweede verdieping.

Aceh - boot op het dak

Toen dit vissersbootje op een aantal huizen landde waren de huizen kapot maar de mensen blij. Negenenvijftig van hen wisten aan boord te komen en konden zo de tsunami overleven. Voor de boot staat een klein collectebusje. Onder de boot, tussen de kapotte muren, is er schaduw en is het lekker koel. Er wordt door een aantal kinderen gevoetbald en gelachen. Natuurlijk mag ik meedoen, graag zelfs. Kijk die bule eens gaan! Één panna en een gewonnen potje later keer ik bezweet en voldaan terug naar mijn hotel. Ik mis het voetballen met mijn vrienden.

Aceh - voetbal

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.